Overprikkeling en onderprikkeling: wat als prikkels voor stress zorgen?
Onze hersenen (en die van onze kinderen) zijn de hele dag bezig met het verwerken van prikkels. Daarbij heeft iedereen een uniek prikkelfilter, dat bepaalt welke prikkels veel of juist weinig verwerkt worden. Als er te veel prikkels binnenkomen, kan dat leiden tot overprikkeling. Te weinig prikkels zorgen juist voor onderprikkeling. Zowel over- als onderprikkeling kan zorgen voor stressgevoelens, piekergedachten en stresssignalen in je lijf. We leggen je in dit artikel uit wat je kunt doen als je overprikkeling of juist onderprikkeling herkent bij een kind.
Overprikkeling en onderprikkeling: beide reden voor stress
Onze zintuigen registreren de hele dag indrukken. Die prikkels worden doorgegeven aan onze hersenen, waar een soort portier (ons prikkelfilter) bepaalt welke prikkels doorgegeven worden. Sommige mensen hebben een hele strenge portier, waardoor er uiteindelijk maar weinig prikkels verwerkt worden. Andere mensen hebben juist een niet zo’n strenge portier, waardoor er enorm veel prikkels binnenkomen. Beide manieren van prikkelverwerking kunnen voor problemen zorgen én kunnen ook bij dezelfde persoon voorkomen. Wil je meer weten over prikkels en prikkelverwerking? Lees dan ons artikel over dat onderwerp
Wat gebeurt er bij overprikkeling?
Bij overprikkeling laat de portier eigenlijk te veel prikkels door. De prikkels worden niet goed gefilterd en je hersenen moeten hierdoor meer prikkels verwerken dan ze eigenlijk kunnen. Dit zorgt voor irritatie, spanning, onrust en stress. Je zenuwstelsel raakt overbelast, waardoor elke prikkel moeilijker te verwerken is.
Bij overprikkeling kan een ogenschijnlijk kleine prikkel voor veel spanning zorgen. Een kriebelend labeltje in een trui, een tikkende klok of de sterke parfum van een voorbijganger kan er bij overprikkeling voor zorgen dat er veel stress ontstaat. De prikkels stapelen zich op en het zenuwstelsel raakt overbelast. Hierdoor krijgen de hersenen moeite met emotieregulatie en kan het voelen alsof je de controle verliest. Dit kan zich bij kinderen (en volwassenen) op verschillende manieren uiten, zoals in woedeaanvallen of ontroostbare huilbuien. Ook kun je juist merken dat een overprikkeld kind zich terugtrekt en aan de prikkels probeert te ontkomen.
Wat gebeurt er bij onderprikkeling?
Waar de portier bij overprikkeling niet streng genoeg is, is de portier bij onderprikkeling juist iets te streng. Er worden te weinig prikkels doorgelaten, wat ook voor onrust, stress en vermoeidheid kan zorgen. Hoe langer iemand onderprikkeld is, hoe minder prikkels er zullen worden opgemerkt. Het zenuwstelsel gaat als het ware in een soort slaapstand. Om alert en wakker te kunnen blijven, hebben we namelijk voldoende prikkels nodig.
Bij een onderprikkeld kind merk je bijvoorbeeld dat ze niet reageren als ze geroepen worden. Ze zullen een aanraking niet altijd registreren en zitten soms dromerig voor zich uit te staren, zonder iets van de omgeving mee te krijgen. Een onderprikkeld kind kan juist ook zelf voor prikkels gaan zorgen. Ze gaan bijvoorbeeld zitten wiebelen op hun stoel, kauwen op hun kleding, hangen tegen je aan of zijn constant geluid aan het maken. Hoewel de omgeving dit storend kan vinden, is het in feite een manier om stress te reguleren en te verminderen.
Wat hebben stress en emoties met elkaar te maken?
Een overbelast zenuwstelsel kan minder goed emoties reguleren. Daarom zul je bij een over- of onderprikkeld kind meer moeite in de emotieregulatie zien. Dit kan zich op verschillende manieren uiten, zoals woede-uitbarstingen bij kleine ‘ongemakken’ of ontroostbare huilbuien bij (ogenschijnlijk) klein verdriet. Maar ook andere stresssignalen, onzekerheid, piekergedachten en lichamelijke signalen zoals hoofdpijn, kunnen tekenen van een overbelast of juist onderbelast zenuwstelsel zijn.
kinderen helpen bij stress door onderprikkeling of overprikkeling
Zowel bij overprikkeling als bij onderprikkeling zal een kind stress, onrust en spanning ervaren. Daarbij voelen veel kinderen hun eigen grenzen nog niet zo goed aan en hebben ze nog moeite met hun emotieregulatie. Daarom is het belangrijk om een kind bij onderprikkeling en overprikkeling te helpen. Een geven je een paar tips die je meteen kunt toepassen:
- Let goed op de signalen van een kind om te bepalen of het zenuwstelsel meer of juist minder prikkels nodig heeft.
- Tekenen van onderprikkeling: Veel bewegen, op dingen kauwen, alles even aanraken, constant geluid maken.
- Tekenen van overprikkeling: Sterke emotionele reacties, terugtrekken bij te veel prikkels, explosief gedrag, de controle kwijt te lijken zijn.
- Speel in op wat je ziet en biedt ondersteuning.
- Onderprikkeling: Biedt meer prikkels aan, bijvoorbeeld in de vorm van een fidget toy, verzwaringsdeken/-knuffel/-kussen, wiebelkussen of bijtketting. Stem dit af op het gedrag dat je bij jouw kind ziet.
- Overprikkeling: Zorg voor rust, bijvoorbeeld door even met het kind in een rustige kamer te gaan zitten en/of een sensorische activiteit te doen (bijvoorbeeld een bad nemen of met klei spelen). Gebruik hulpmiddelen zoals een koptelefoon of zonnebril om prikkels (tijdelijk) te dempen en gebruik andere dingen om het zenuwstelsel te kalmeren (bijvoorbeeld een verzwaringsdeken of fidget toy).
- Oefen met manieren om stress te herkennen. Leer een kind op een rustig moment bijvoorbeeld hoe hij of zij stressgedachten kan herkennen en welke stresssignalen je in je lichaam kunt voelen. Zo leert het kind zijn of haar eigen grenzen steeds beter te herkennen.
- Doe oefeningen uit de Super Chill app. Je vindt in de app zowel oefeningen die helpen bij overprikkeling (bijvoorbeeld ‘de rustige robot of ‘toverdrank’) als oefeningen die perfect zijn bij onderprikkeling (bijvoorbeeld ‘super ninja’ of ‘energie boost’). De oefeningen zijn wetenschappelijk onderbouwd en helpen dus écht.
Een goede balans aan prikkels vermindert stress en onrust. Hoeveel prikkels ‘precies genoeg’ is, verschilt per kind én per dag. Oefen daarom met kinderen met het herkennen van prikkels en stresssignalen en geef hen de tools om zelf steeds beter met die prikkels om te gaan. Zo creëer je een stevige basis voor de prikkelverwerking en zorg je voor een kalm koppie.
