Wat kun je doen als een kind niet wil slapen?
Als een kind niet wil slapen, is dat vermoeiend voor het kind én de omgeving. Gelukkig zijn er manieren om het kind te helpen met in slaap vallen. Een vaste avondroutine, een rustige overgang naar de bedtijd en een donkere, koele slaapkamer helpen allemaal. Super Chill vertelt je meer over de oorzaken van dit slaapprobleem én geeft je oplossingen waar je direct mee aan de slag kunt.
Veel kinderen hebben fases waarin slapen wat lastiger gaat. Als een kind niet wil slapen, heeft dat vaak met spanning, overprikkeling, nieuwsgierigheid of een behoefte aan nabijheid te maken. Ook een onduidelijke routine kan naar bed gaan voor een kind lastiger maken. Een mix van structuur, ontspanning en voorspelbaarheid kan daarom veel slaapproblemen oplossen. Daarbij is een consequente aanpak belangrijk, zodat het kind weet wat er verwacht wordt.
Oorzaken waarom kinderen niet willen slapen
Slaapweigering door een kind kan veel verschillende oorzaken hebben. Als je weet waarom een kind niet wil slapen, kun je makkelijker een passende oplossing vinden. Een aantal oorzaken van slaapproblemen zijn:
- Overprikkeling aan het eind van de dag.
- Separatieangst, waardoor het kind niet alleen wil slapen, zonder mama, papa of andere volwassene.
- Een onregelmatige bedtijdroutine, waardoor het voor het kind onduidelijk is wanneer het echt moet gaan slapen.
- Spanning of angst, zoals nachtmerries of angst voor het donker.
- Te veel schermtijd voor het slapengaan.
- Peuterpuberteit, waardoor het kind grenzen opzoekt en meer autonomie wil.
- Een niet passend slaapritme, waarbij het kind te vroeg of juist te laat naar bed gaat.
Wat kun je doen om een kind in slaap te laten vallen?
Er zijn verschillende manieren waarop je een kind kan helpen met in slaap vallen. Vaak is een combinatie van deze inslaaptips voor kinderen nodig om een kind weer lekker te laten slapen. Kijk daarom naar wat jullie al toepassen en op welke vlakken jullie nog iets nieuws kunnen proberen.
- Vaste bedtijden: Een vaste bedtijd, óók in het weekend of de vakantie, zorgt voor voorspelbaarheid. Ook zorgt het ervoor dat het biologische ritme van het kind zich op de bedtijd zal aanpassen.
- Voorspelbaar avondritueel: Maak samen met het kind een voorspelbaar bedritueel. Volg elke avond dezelfde routine, bijvoorbeeld douchen → pyjama aan → tandenpoetsen → verhaaltje voorlezen → slapen. Zo is het voor het kind duidelijk wanneer het tijd is om te gaan slapen.
- Rustige overgang naar bedtijd: Bij veel kinderen zit er veel weerstand op de overgang van de dag naar het avondritueel. Kondig daarom tien tot twintig minuten van tevoren alvast aan dat het bijna tijd is om aan het avondritueel te beginnen. Zo maak je de overgang gemakkelijker.
- Schermen uit: Laat een kind in een uur voor het naar bed gaan geen schermen meer gebruiken. Het blauwe licht remt de aanmaak van melatonine, terwijl dat juist belangrijk is bij het regelen van het slaap-waak-ritme.
- Samen ontprikkelen: Neem voor het naar bed gaan even een moment om samen met het kind te ontprikkelen. Dit kun je doen met het lezen van een boekje of door bijvoorbeeld een ontspanningsoefening uit de Super Chill app te doen.
- Geef het kind autonomie: Veel kinderen die niet willen slapen, zijn op zoek naar autonomie. Door het kind binnen het vaste bedritueel keuzes te laten maken, geef je het kind een gevoel van controle. Geef bijvoorbeeld de keuze ‘Wil je de pyjama met de dinosaurus of de pyjama met de sterren aan?’ of ‘Lezen we vandaag dit of dat boekje?’. Kleine keuzes maken een groot verschil.
- Positieve aandacht: Geef veel positieve aandacht aan de dingen die goed gaan met het naar bed gaan. Dit kunnen kleine dingen zijn, zoals ‘Fijn dat je meteen mee naar de badkamer bent gekomen.’ of ‘Wat goed dat je zelf al in bed bent gaan liggen.’ Je kunt ook een beloningssysteem (bijvoorbeeld een stickerkaart) maken om de positieve aandacht zichtbaar te maken voor het kind.
- Optimaliseer de slaapkamer: Zorg voor een donkere, stille en koele slaapkamer voor het kind, waar het zich veilig voelt. Stuur een kind ook niet als straf naar de slaapkamer, zodat het geen negatieve associatie krijgt.
Hoe help je een kind dat niet alleen wil slapen?
Separatieangst rondom bedtijd komt bij veel kinderen voor. Met een consistente aanpak en veel liefde en geduld kun je een kind dat niet alleen wil slapen helpen. Het proces vraagt wel tijd, maar zal uiteindelijk een betere nachtrust opleveren, voor zowel het kind als voor jezelf.
- Communiceer duidelijk en consequent: Zeg tegen een kind dat niet in z’n eigen bed wil slapen ‘Jij slaapt in je eigen bed, maar ik blijf in de buurt.’ Blijf hier consequent in, zodat het kind de boodschap gelooft.
- Bouw nabijheid stap-voor-stap af: Een kind dat niet alleen wil slapen, is op zoek naar nabijheid en geborgenheid. Bouw de nabijheid daarom stap-voor-stap af. De ‘stoel-methode’ is hier erg geschikt voor. Daarbij begin je de eerste nacht op een stoel naast het bed van het kind, totdat het in slaap is gevallen. Na twee tot drie nachten schuif je de stoel een klein stukje richting de deur. Herhaal dit consequent, totdat de stoel buiten de kamer staat en het kind zelf in slaap kan vallen.
- Ondervang angsten: Durft een kind niet alleen te slapen, omdat het bang is voor het donker? Dan kan een zacht nachtlampje helpen. Ook de deur op een kier laten staan is voor sommige kinderen helpend.
- Positieve bekrachtiging: Geef positieve aandacht aan de dingen die goed gaan bij het gaan slapen. Een stickerkaart waarmee je het kind voor kleine stapjes binnen het proces beloont, kan hierbij helpen.
- Creëer geen nieuwe afhankelijke slaapassociaties: Slaapassociaties zijn alle gewoontes, objecten of omstandigheden die een kind (onbewust) koppelt aan het in slaap vallen. Een kind dat altijd in slaap wordt gewiegd, zal dit dus als slaapassociatie hebben en zal niet alleen in slaap willen vallen. Bedenk welke slaapassociaties een kind heeft en vervang de slaapassociaties waarbij het kind iemand anders nodig heeft, met onafhankelijke slaapassociaties. Houd bijvoorbeeld dus geen handje vast, maar geef het kind een knuffel die het kan knuffelen. Zo leer je het kind om zelf te gaan slapen.
Wat doe je bij een peuter die ‘s nachts wakker wordt en niet meer wil slapen?
Als een peuter ‘s nachts wakker wordt en niet meer wil gaan slapen, is het belangrijk om rustig en voorspelbaar te reageren. We geven je een stappenplan dat je kunt inzetten bij een kind met doorslaapproblemen.
- Check eerst de basis: Is het kind wakker geworden door een natte luier? Is het te warm/te koud? Of heeft het misschien een nachtmerrie gehad. Zorg dat de basis klopt, voordat je het kind terug naar bed brengt.
- Vermijd verdere stimulatie: Is de basis goed? Vermijd dan verdere stimulatie, zoals eten, drinken of spelen.
- Gebruik korte zinnen: Zeg bijvoorbeeld ‘Het is nacht, je gaat nog even verder slapen’ en ga geen discussie aan.
- Breng het kind terug naar bed: Doe dit efficiënt en zonder verdere gesprekken. Houd dit vol, ook als het kind meerdere keren uit bed komt.
Zorg verder overdag voor voldoende structuur en gebruik elke avond hetzelfde bedritueel om de nacht rustiger te laten verlopen.
Vaak is het gedrag van een peuter die ‘s nachts wakker wordt en niet meer wil slapen een fase. Zo kan het samenhangen met de start op de peuterspeelzaal (veel nieuwe prikkels die ‘s nachts verwerkt moeten worden) of kan het met slaapregressie te maken hebben. Slaapregressie komt veel voor bij peuters van 18 maanden en 24 maanden. Blijf consequent in je aanpak en je zult zien dat jullie binnenkort weer heerlijk zullen slapen.
